Toon kaart
Menu
Stories

Symbool voor het nieuwe Noord

NDSM is de favoriete plek van Rob Post, stadsdeelvoorzitter van Amsterdam-Noord. Vanwege de rauwheid, de puurheid en de industriële sfeer. ‘De kunst is om de vertrutting zo lang mogelijk uit te stellen.’

Als Rob Post zijn collega’s uit de stad rondleidt op NDSM, is er één plek waar hij altijd naartoe gaat. ‘De grote helling. Om ze over het IJ naar Amsterdam te laten kijken. Door dat geweldige uitzicht, te midden van de bedrijvigheid op NDSM, is natuurlijk iedereen meteen verkocht.’ NDSM is met stip op één Rob Post’ favoriete plek in zijn stadsdeel. ‘Ik kom hier erg graag. Niet in de laatste plaats omdat mijn vader hier vroeger werkte als lasser in het onderhoud, van 1946 tot 1971.’ Post herinnert zich de eindeloze rijen fietsen aan de Klaprozenweg. ‘Er werkten begin jaren zeventig zo’n 7.500 mensen op de werf en die kwamen bijna allemaal op dezelfde zwarte fiets. Ik vond het verbazingwekkend dat mijn vader die van hem altijd kon terugvinden.’

Amsterdamse plek
NDSM is voor Post nostalgie en historie, maar ook het bekendste symbool voor het ‘nieuwe Noord’, naast Overhoeks met EYE Filmmuseum en het creatieve bedrijventerrein de Overkant. ‘NDSM draagt bij aan het imago van ons stadsdeel als volwaardig deel van de hoofdstad’, aldus Post. ‘Het is echt een Amsterdamse plek geworden, maar dan wel één met een geheel eigen sfeer: onaf, rauw, puur, met industrie uit vervlogen tijden, gemixt met moderne elementen. Het is een plek die je nergens anders vindt.’

Bleeder
Imago en werkgelegenheid, dat zijn de redenen dat het stadsdeel naar eigen zeggen fors investeert in de oude werf. ‘Het is een bleeder, in financiële zin’, aldus Post. ‘Dat doen we omdat we denken dat NDSM kan helpen om het stadsdeel – dat in Amsterdam het allerlaagst scoort op sociaal-economisch terrein – socialer en sterker te maken. Je ziet dat mensen en bedrijven hier graag naartoe komen. Neem MTV, die we op een regenachtige, druilerige dag hier rondgeleid hebben. De Timmerwerkplaats waar ze nu in zitten, konden we toen niet in, omdat er een hond bij de deur stond die een hasjplantage bewaakte. En toch raakten ze onder de indruk van de sfeer.’

Angst voor het aanharken
En daar is de grote paradox waar Rob Post regelmatig mee geconfronteerd wordt: die aantrekkingskracht van NDSM als rafelrand. En de angst dat de voormalige werf dóór al die aandacht en grote bedrijven zoals MTV en HEMA een veel te truttig, aangeharkt stadsdistrict wordt. ‘Daar ben ik zelf ook bang voor’, aldus Post. ‘Ik denk dat daarom één van de taken van ons als overheid is om de zwakkere groepen, zoals de kunstenaars in de broedplaats, te beschermen. Daarom hebben we toegezegd dat ze in ieder geval tot 2030 in de Kunststad mogen blijven.’ Toch klinkt er ook – juist – kritiek vanuit de kunstenaars, onder meer over het feit dat er een projectontwikkelaar is aangetrokken voor een groot deel van de NDSM: BIESTERBOS namens Amsterdam Waterfront en MediaWharf.  Post: ‘Die gelukkig uit het juiste hout gesneden is. Volgens mij zijn veel mensen gewoon bang voor veranderingen. NDSM zal hoe dan ook geen rafelrandje blijven, dat is het nu al niet meer. Het hoogst haalbare is denk ik dat iedereen hier graag komt en dat er ruimte blijft voor cultuur. Om dat te bereiken is het belangrijk dat we alle gebruikers van het terrein, ook diegenen die kleur hebben gegeven aan dit gebied, maar die zorgen hebben over de toekomst, betrekken bij de ontwikkeling.’

De kunst mag blijven
Post erkent dat daarbij wel eens fouten gemaakt worden. ‘Zo is strand Noord niet geworden wat ik voor ogen had. Helaas. Het is één grote grindbak met een trottoirband eromheen. Ik hoop dat de horecaondernemer dat nog een beetje compenseert met de inrichting van het terrein. Maar we kunnen dit soort dingen veel beter aan kunstenaars en ondernemers zelf overlaten.’ Want, zo beaamt Post: een groot deel van de charme van NDSM is de aanwezigheid van kleinschalige initiatieven en kunst en cultuur. ‘En evenementen. Wie hier straks komt wonen moet daarvan houden. Voltt en Valtifest kunnen wellicht dan niet meer, maar dingen overdag met minder geluidsoverlast weer wel. Het is in ieders belang dat kunst en cultuur kan blijven. Maar als kunstenaars op een gegeven moment zelf denken: ‘het is niet spannend genoeg meer, ik wil naar een andere plek’, dan moet je dat ook niet kunstmatig willen vasthouden.

Door: Jona Dekker (tekst) en Tim Stet (foto)

Bekijk profiel:

180520122792.psd_.jpg Martinus Meiborg
ndsm.nl webmeester